PIPO Poli
Wat zijn poepproblemen?
Bij ongeveer 3% van alle kinderen in Nederland zijn er klachten die (mogelijk) samen hangen met verstoorde darmwerking. Vaak is er sprake van obstipatie (verstopping) zonder dat het kind en/of de ouders dat hebben gemerkt.
Kinderen met obstipatie poepen meestal niet regelmatig en/of niet goed leeg. Hierdoor kan
harde poep het ontlasten pijnlijk maken, waardoor kinderen geneigd zijn het poepen uit te stellen.
Soms staat er veel harde ontlasting vlak voor het rectum waardoor deze een beetje open staat. Hier kan de dunne ontlasting langs lekken zonder dat het kind dit merkt en ook zonder dat het kind aandrang voelt.
De gevolgen zijn heel vervelend, sommige kinderen worden gepest om de geur.
Onzekerheid en verdriet kunnen ertoe bijdragen dat het kind zich anders gedraagt dan zijn
leeftijdgenoten, ook voor de ouders is dit moeilijk.
Mogelijke factoren die poepproblemen veroorzaken en/of in stand houden zijn:
| Te weinig vezels en te weinig drinken, waardoor ontlasting indroogt |
| Te weinig lichaamsbeweging |
| Een niet goed verlopen zindelijkheidstraining |
| Spanningen thuis of op school of andere vormen van stress |
| Niet op tijd naar het toilet gaan (te druk met spelen of de computer) |
| Niet durven poepen (harde ontlasting kan een scheurtje in de anus veroorzaken, waardoor poepen pijnlijk is) |
| Angst voor het poepen nadat er een wondje aan de anus is geweest |
| Psychische problemen bij het kind |
| Veel onrust en weinig regelmaat in het gezin |
De gevolgen van poepproblemen kunnen zich op verschillende manieren uiten:
Lusteloosheid, prikkelbaarheid, buikpijn, weinig eetlust.
De poeppoli
Afhankelijk van de hulpvraag van uw kind kunnen verschillende disciplines worden betrokken bij de behandeling.
De kinderarts gaat altijd als eerste na of er lichamelijke oorzaken zijn voor het poepprobleem.
Verder kan de kinderarts medicijnen voorschrijven die ervoor zorgen dat de poep niet indroogt.
Soms is het nodig om de darmen eerst schoon te spoelen door middel van een klysma. De kinderarts maakt een inschatting in hoeverre psychische factoren de poepproblemen beïnvloeden.
Decontinentieverpleegkundige beoordeelt met behulp van o.a. de echo of het kind nog obstipatie heeft, stelt de dosering van de medicijnen bij en geeft zonodig klysma’s. Ook geeft ze adviezen over voeding en leefregels.
De kinderbekkenfysiotherapeut geeft adviezen t.a.v. toilettraining en houding, adem- en ontspanningsoefeningen, ze geeft voorlichting en advies over toiletgedrag en het goed leren voelen van het lichaam, de buik- en bilspieren, de bekkenbodem en het weer leren controleren daarvan.
De pedagogisch medewerker geeft met behulp van allerlei materialen uitleg over poep en het spijsverteringskanaal.
Er wordt ook gebruik gemaakt van creatieve activiteiten, zoals kleien, tekenen, schilderen, spel, enz. Zij geeft advies aan ouders, hoe ze thuis om kunnen gaan met het poepprobleem.
De kinderpsycholoog geeft advies over verbanden die bestaan tussen de lichamelijke klachten en gedrag, beleving, gevoelens en relaties van het kind. Dit kan in een gesprek met kind of ouders. Soms is aanvullend psychologisch onderzoek nodig.
PIPO+
Sommige kinderen hebben als gevolg van ontwikkelingsproblemen (bijvoorbeeld ADhD, PDD-nos/autisme of een verstandelijke beperking) bijzondere aandacht nodig, indien ook sprake is van poepproblemen. In dat geval komt het kind in een andere behandelgroep, de PIPO+ groep.
Ook kinderen bij wie eerdere behandeling niet voldoende heeft geholpen, worden verwezen naar de PIPO+ poli.
Naast medisch onderzoek is psychologisch onderzoek dan nodig om tot een goed behandelplan te komen. Medewerkers van het PIPO+ team hebben aanvullende kennis en vaardigheden voor het behandelen van deze kinderen en worden hierin door de kinderpsycholoog extra ondersteund.
In een aantal gevallen komt pas tijdens de behandeling op de PIPO-poli naar voren dat sprake is van ontwikkelingsproblematiek bij het kind, dit kan dan schokkend voor de ouders zijn.
Bij de PIPO+ groep heeft de kinderpsycholoog een grote rol.
Ze houdt zich vooral bezig met de verbanden die bestaan tussen de lichamelijke klachten (obstipatie) en gedrag, beleving, gevoelens en relaties van het kind.
terug naar boven
|